Deze website maakt gebruik van cookies. Essentiële en functionele cookies zijn noodzakelijk voor de goede werking van de website en kunnen niet worden geweigerd. Andere cookies worden gebruikt voor statistische doeleinden (analysecookies) en worden alleen geplaatst als u met de plaatsing ervan instemt. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie.

29/10/2026

75 jaar SCK CEN

Een Belgisch verhaal van wetenschap, dienstbaarheid en toekomst 

In 2027 vieren we een uitzonderlijk Belgisch verhaal over wetenschap en industrie, Congo en Amerika, de Kroon en de Kempen— en zelfs Kuifje.

Dat verhaal begint vóór 9 april 1952. België en de wereld stonden aan het begin van een nieuwe revolutie. Kernenergie was amper tien jaar oud en veelbelovend. Dat België daarin een vooraanstaande plaats kreeg, was geen toeval. Het Congolese uranium van Union Minière du Haut Katanga had tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld in het Manhattanproject. Daardoor kreeg België als een van de eersten toegang tot civiele nucleaire technologie om een Studiecentrum voor de Toepassingen van de Kernenergie (STK CEAEN) op te richten … rond Brussel.

Graaf Pierre Ryckmans voormalig gouverneur-generaal van Belgisch-Congo, eerste commissaris-generaal voor Atoomenergie en onderhandelaar van het akkoord met de Verenigde Staten, werd de eerste voorzitter. Het centrum kreeg onderdak in Sint-Genesius-Rode bij het Von Karman Instituut in lijn met onze Brusselse ambities, maar al snel kreeg het letterlijk koninklijke grond onder de voeten. Vanaf 1954 groeide Mol-Dessel, op de vroegere terreinen van het koninklijk domein, uit tot het hart van het Belgische nucleaire onderzoek en tot een wereldcentrum dat mee de toekomst vormgaf. Een nieuwe locatie, een nieuwe naam SCK CEN… het Atomium zou echter niet in Mol komen.

Vier jaar na de start stond in Mol BR1, de eerste Belgische onderzoeks Reactor. Hij werd in amper achttien maanden gebouwd en is vandaag nog altijd in gebruik voor de opleiding van nucleaire ingenieurs. Nog vóór BR1 klaar was, sprak hij al tot de verbeelding: in Raket naar de Maan uit 1953 tekende Hergé een reactor die duidelijk door BR1 was geïnspireerd. De Belgische nucleaire toekomst leefde dus niet alleen in laboratoria en regeringsnota’s. Ze motiveerde een generatie jongeren om ingenieur te worden, onderzoek te doen en ooit in Mol te mogen werken. Ik was daar een van.

Onder het voorzitterschap van graaf Marc de Hemptinne kwamen daar nog drie reactoren bij. Tot de meest sprekende behoren BR2, vandaag nog altijd een van de krachtigste onderzoeksreactoren ter wereld, en BR3, de eerste drukwaterreactor van Europa. Die technologie zou mee de weg effenen voor de latere Belgische kerncentrales in Doel en Tihange.

Zo groeide SCK CEN uit tot een plek waar wetenschappelijk onderzoek, industriële toepassing en nationale strategie elkaar vonden. Eind jaren vijftig had België in Mol een echt “atoomdorp”, waar toponderzoekers wilden werken, en in Brussel het Atomium, waarmee het die ambitie aan de wereld toonde.

In de loop van die 75 jaar bezochten alle Belgische koningen het centrum op sleutelmomenten. Dat was meer dan ceremonieel. Het paste in een bredere Belgische ambitie: wetenschap, onderwijs en industrie samenbrengen in sterke nationale instellingen. Grote ambities vragen meer dan ideeën alleen. Het zijn visie en structuren die aan een ambitie continuïteit geven en haar in staat stellen generaties te overbruggen.

Met de geplande kernuitstap begin deze eeuw kwamen veiligheid, ontmanteling, afvalbeheer, medische toepassingen en stralingsbescherming centraal te staan. SCK CEN droeg bij aan kankerbestrijding met radio-isotopen, aan de bescherming van astronauten en zelfs aan studies over voedselproductie voor toekomstige ruimtemissies. Met BR3 leerde België hoe een kerncentrale veilig kon worden ontmanteld. Met MYRRHA keek België vooruit naar een nieuwe generatie nucleair onderzoek.

Vandaag krijgt het energievraagstuk opnieuw urgentie. De oorlog in Oekraïne heeft ons herinnerd dat energie een kwestie van strategische autonomie is — en die bouw je niet op het moment dat je haar nodig hebt. In die context grijpt SCK CEN terug naar zijn oorspronkelijke opdracht: grensverleggend onderzoek naar veilige en betrouwbare elektriciteitsproductie via kernenergie. Projecten rond kleine modulaire reactoren, radiofarmaca, brandstofrecuperatie en nieuwe reactortypes tonen dat Mol nog altijd een van de plaatsen is waar Europa’s toekomstdebat vorm krijgt.

Voor mij blijft één gedachte centraal staan, geworteld in ons verleden en gericht op onze toekomst: “wij zijn hier om te dienen, niet om gediend te worden”. Wetenschap krijgt pas echt betekenis wanneer zij wordt ingezet voor de samenleving: om mensen te genezen, energie veiliger te maken en jonge mensen te laten dromen en kansen te geven. Misschien is dat het mooiste aan 75 jaar SCK CEN: een Belgisch project, gevormd door de wereld en bestemd voor de wereld — door uranium uit Congo, technologie uit Amerika, steun van de Kroon, onderzoekers uit vele landen en de verbeelding van Hergé.

Moge men in 2052, bij de 100ste verjaardag van SCK CEN, terugkijken op een centrum dat trouw bleef aan zijn roeping: kennis in dienst van de samenleving stellen. Voor mij was het de eer van mijn leven om een stukje van dat verhaal te mogen dienen. Ik hoop dat SCK CEN een voorbeeld blijft voor vele jongeren — ook voor mijn kleinkinderen Louise-Marie en Anne-Sophie.


Prof. dr. ir. Derrick-Philippe baron Gosselin

10de voorzitter van de Raad van Bestuur, SCK CEN

Foto's